Bijgewerkt
De regels zijn veranderd sinds publicatie.
Gids2 min
VVPRbis-dividenden: hoe Belgische KMO-eigenaars zichzelf aan 18% uitbetalen — en wat veranderde in juli 2026
Door Artem Kuznetsov, oprichterLaatst gecontroleerd 23 augustus 2026
Lees als
Wat nu telt
- Nu van kracht
- 18% roerende voorheffing op kwalificerende VVPRbis-dividenden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 juli 2026
- Volgende wijziging
- Geen aangekondigd
- Grootste impact
- De kloof 15%/30% is versmald; de liquidatiereserve-rekensom schoof mee, op een eigen datum
- Actie vandaag
- Lees het tarief af van de toekenning of betaalbaarstelling, niet van de datum van de algemene vergadering
Als u een Belgische BV bezit, is uw belasting op het geld dat u uit de vennootschap haalt een van de hoogste die u ooit zal betalen. Loon is progressief belast tot 50%. Bestuurdersbezoldiging voegt sociale bijdragen toe. De populairste legale uitweg heet VVPRbis.
Wat VVPRbis doet
U richt uw BV op. U brengt cash in als startkapitaal. De vennootschap maakt winst. Na vennootschapsbelasting blijft retained earnings.
Zonder VVPRbis: dividend 30% roerende voorheffing. €100.000 → €70.000 voor u.
Met VVPRbis: dividend 18% — tot en met 30 juni 2026 was dat 15%. €100.000 → €82.000 voor u.
De vier voorwaarden
1. Uw vennootschap is "klein". Omzet < €11,25M, < 50 FTE.
2. Uw startkapitaal is cash. Geen inbreng in natura.
3. Drie volle jaren wachten. BV opgericht in 2023 → eerste VVPRbis-uitkering in 2026.
4. Geen exotische aandelenklassen.
Wat veranderde in juli 2026
Het gunstige tarief ging van 15% naar 18%. De Programmawet van 30 mei 2026 verscheen op 1 juni 2026 in het Belgisch Staatsblad en trad in werking op 1 juli 2026, voor dividenden die vanaf die datum worden toegekend of betaalbaar gesteld. Ze stemt VVPRbis af op de liquidatiereserve.
Wat dat nu betekent: die 3 procentpunt is weg. Het 15%-tarief gold voor dividenden toegekend of betaalbaar gesteld tot en met 30 juni 2026. Wat telt is de datum van toekenning of betaalbaarstelling, niet de datum van de algemene vergadering: een dividend beslist in juni maar pas betaalbaar gesteld in juli houdt 18% in.
Voorbeeld
BV opgericht in 2022, €30.000 cash. Bestuurdersbezoldiging €40.000. Retained earnings €180.000. In mei 2026, toen 15% nog gold, keerde u €60.000 VVPRbis uit.
- Belasting: 15% × €60.000 = €9.000
- Netto: €51.000
Hetzelfde bedrag als extra bestuurdersbezoldiging:
- IPP top: ~50% = €30.000
- Sociale bijdragen: ~20% = €12.000
- Netto: ~€18.000
Dividend bespaart €33.000. Dezelfde uitkering vandaag houdt 18% in — €10.800 in plaats van €9.000.
Slimme combinatie
- Bescheiden bestuurdersbezoldiging.
- VVPRbis dividend vanaf jaar 4.
- Liquidatiereserve op overblijvende winst — 10% bij aanleg, 9,8% bij uitkering na een wachttermijn van drie jaar.
Gecombineerd effectief tarief: 25–30%, tegenover 60%+ als alles via loon.
Eénpagina actieplan
- Check inbrengdatum en jaar-+N status.
- Bevestig KMO-test.
- Bepaal dividendbedrag, behoud werkkapitaal.
- AVA-besluit.
- Het tarief volgt de datum van toekenning of betaalbaarstelling: sinds 1 juli 2026 is dat 18%, 15% gold tot en met 30 juni 2026.
- Dien 273A in binnen 15 dagen.
Wettelijke basis: Art. 269, §2 WIB 92 (verlaagde roerende voorheffing). Oorspronkelijk ingevoerd door de Programmawet van 28 juni 2013. Meest recente materiële wijziging: Programmawet van 30 mei 2026 (Belgisch Staatsblad 1 juni 2026, numac 2026/003986), art. 15, 4° en art. 14, 1°: verhoging van 15% naar 18%, van toepassing op dividenden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 juli 2026. De vorige laag is de Programmawet van 18 juli 2025 (BS 29 juli 2025, numac 2025/005578), die het 20%-tarief beperkte en de liquidatiereserve van Art. 184quater hertekende.
KMO-test: Art. 1:24 WVV, op stand-alone basis behalve waar consolidatie van toepassing is.
Mechanisme
Kwalificerende inbreng
Nieuwe inbreng in geld aan een vennootschap na 1 juli 2013, in ruil voor nieuw uitgegeven aandelen met:
- Volle eigendom (geen vruchtgebruik-splitsing).
- Gelijke deelname in stemming, dividend, liquidatieproduct.
- Geen preferente dividendrechten.
Inbreng moet volledig volgestort zijn op moment van uitkering.
Wachtperiode
Vanaf het boekjaar van inbreng:
- Boekjaar inbreng: geen VVPRbis.
- Jaar +1: geen VVPRbis.
- Jaar +2: geen VVPRbis.
- Jaar +3: 20%-tarief, enkel nog als de inbreng in geld ten laatste op 31 december 2025 is verricht. Inbreng vanaf 1 januari 2026: geen 20%-schijf, gewoon 30%.
- Jaar +4 e.v.: 18%-tarief (15% voor dividenden toegekend of betaalbaar gesteld tot en met 30 juni 2026).
KMO-test (Art. 1:24 WVV)
Niet meer dan één van de volgende criteria overschreden over de laatste twee afgesloten boekjaren:
- Gemiddeld personeel: 50 VTE.
- Omzet (excl. BTW): €11.250.000.
- Balanstotaal: €6.000.000.
Anti-misbruik
- Kapitaalvermindering gevolgd door herinbreng binnen kort tijdsbestek wordt uitgesloten.
- Reorganisaties: specifieke continuïteitsregels (KB 27 april 2014).
Interactie met liquidatiereserve (Art. 184quater)
- Afzonderlijke aanslag van 10% bij aanleg (art. 219quater). Door beide hervormingen ongewijzigd.
- Reserves aangelegd tot en met 30 december 2025: 5% na vijf jaar, 6,5% tussen drie en vijf jaar, 20% binnen drie jaar.
- Reserves aangelegd na 30 december 2025: 9,8% na een wachttermijn van drie jaar, te tellen vanaf de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarin de reserve is aangelegd — anders het gewone 30%.
- Samen: 10% bij aanleg plus 9,8% bij uitkering is 19,8 op 110, effectief 18% — hetzelfde cijfer als VVPRbis. Met de oude 6,5% gaf 16,5 op 110 nog 15%.
Twee wetten leverden die tarieven. De Programmawet van 18 juli 2025 bracht de wachttermijn van vijf naar drie jaar en 5% naar 6,5%. De Programmawet van 30 mei 2026 (art. 15, 1° tot 3°; art. 14, 2° tot 4°) verhoogt die 6,5% naar 9,8% en verschuift de scharnierdatum van 31 december 2025 naar 30 december 2025, van toepassing op dividenden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 11 juni 2026 — de tiende dag na de bekendmaking, dus een andere datum dan de 1 juli 2026 van het VVPRbis-tarief. Een smalle overgangsregel behoudt het oude 20%-tarief voor reserves aangelegd op 31 december 2025 en betaalbaar gesteld vóór 11 juni 2026.
Art. 17 van dezelfde wet houdt geen rekening met een wijziging van de afsluitdatum van het boekjaar vanaf 24 november 2025 die niet hoofdzakelijk door andere dan fiscale motieven is verantwoord.
Aangifte & inhouding
- Vennootschap houdt roerende voorheffing aan de bron in.
- Aangifte via formulier 273A/273S, binnen 15 dagen na betaling.
Documentatie
- Notariële akte van inbreng.
- Bewijs volledige volstorting.
- Statuten met aandelenklassen.
- AVA-besluit dividenduitkering.
- Berekening KMO-test.
- 273A binnen 15 dagen.
Auditrisico's
- Recente kapitaalvermindering gevolgd door herinbreng.
- A/B-klassen met verschillende rechten.
- Verkeerd tarief in jaar +3 — 20% geldt enkel nog bij inbreng in geld ten laatste op 31 december 2025.
- Consolidatieproblemen.
Gecombineerd effectief tarief
€100 brutowinst → 20% VennB SME = €80 → 18% RV = €14,40 → €65,60 netto. Effectief 34,4%.