Bijgewerkt
De regels zijn veranderd sinds publicatie.
Regelgeving2 min
Auteursrechten 2026: IT-freelancers zijn terug, maar de deal is anders
Door Artem Kuznetsov, oprichterLaatst gecontroleerd 23 augustus 2026
Lees als
Wat nu telt
- Nu van kracht
- Software komt opnieuw in aanmerking voor het 15%-regime (inkomstenjaar 2026)
- Volgende wijziging
- Geen aangekondigd
- Grootste impact
- Forfaitaire kostenaftrek van 50%/25% weg zonder kunstwerkattest
- Actie vandaag
- Controleer de auteursrechtenverdeling in contracten voor u 2026-werk factureert
Als u softwareontwikkelaar bent en via een Belgische vennootschap werkt — of als zelfstandige factureert — is de auteursrechtenbelasting net weer in uw leven gekomen. Hier is de versie die u echt nodig heeft.
Wat er net veranderd is
Drie jaar lang (2023, 2024, 2025) mocht u het gunstregime niet gebruiken. U betaalde volle Belgische inkomstenbelasting op alles. Het Grondwettelijk Hof verwierp in 2024 de beroepen tegen die uitsluiting, dus voor die drie jaar valt niets terug te vorderen.
Vanaf 1 januari 2026 is het regime terug voor software. U kunt tot 30% van uw vergoeding via auteursrechten routeren. De effectieve heffing op die 30% bedraagt ongeveer 15–16%. De resterende 70% betaalt u normaal.
Het jaarplafond is €77.220 auteursrechteninkomen voor 2026. Ziet u ergens €75.360 staan, dan is dat het plafond van vorig jaar — het cijfer voor 2026 verscheen pas in augustus 2026.
De cijfers, voor een dev die zichzelf €150.000 betaalt
| Scenario | Belasting & RSZ op €150k | Netto |
|---|---|---|
| Alles regulier loon / fee | ~€85.000 | ~€65.000 |
| 70% regulier (€105k) + 30% auteursrechten (€45k) | ~€67.000 | ~€83.000 |
U houdt ongeveer €18.000 méér per jaar over.
Wat vroeger beter was
Het "oude" regime (pre-2023) liet een forfaitaire 50% kostenaftrek toe op de eerste schijf. De effectieve heffing was rond 7,5% — half wat het nu is. Elk blogartikel van 2018–2022 dat u online vindt vermeldt dat cijfer. Dat geldt niet meer voor u tenzij u een kunstwerkattest hebt, wat IT'ers nooit hebben.
Het regime is dus terug, maar half zo gul als vroeger. Stem uw verwachtingen daarop af.
Wat u concreet moet doen
- Praat met uw boekhouder vóór 30 juni 2026 als u het regime voor heel het jaar wilt toepassen.
- Onderteken een echte auteursrechten-overdrachtsovereenkomst met uw klant (of met uw vennootschap als bestuurder).
- Splits uw facturen in twee lijnen: diensten (70%) en auteursrechtencessie (30%). Eén factuur, niet twee.
- Plafonneer uzelf op 30% en €77.220. De 30% slaat op het totaal van de opdracht — auteursrechten plus de vergoeding voor de prestaties — en enkel het overschot wordt geherkwalificeerd. Eroverheen gaan is de meest voorkomende audit-trigger.
- Bewaar bewijs dat u iets origineels creëert. Code reviews, commits, design docs.
Wanneer het regime u niet helpt
- U bent werknemer met een vast loon dat uw werkgever niet zal herstructureren.
- U doet alleen helpdesk, support of pure ops — geen origineel werk.
- Uw totaal inkomen is onder ~€50.000 — administratieve kost weegt niet op.
Wanneer dit dé belangrijkste call van uw jaar is
- U bent zelfstandig senior dev met facturatie €100k+.
- U bent oprichter die zichzelf via BV uitbetaalt — combineer met VVPRbis (zie VVPRbis dividenden).
Het antwoord in één zin
Als u beroepsmatig originele code schrijft en meer dan €80.000 verdient: zet auteursrechten op vóór eind juni 2026. Anders: laat het.
Wettelijke basis: Art. 17, §1, 5° en art. 37 WIB 92 (roerende inkomsten, auteursrechten). Hervormingsvehikel: art. 74 en 75 van de wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting (BS 29 juli 2026), met uitwerking vanaf 1 januari 2026 voor inkomsten die vanaf die datum betaald of toegekend worden. Geen rechter heeft iets hersteld: in arrest nr. 52/2024 van 16 mei 2024 verwierp het Grondwettelijk Hof de beroepen van softwareontwikkelaars en IT-vennootschappen tegen de uitsluiting van 2023, die het redelijk verantwoord achtte. Het herstel is zuiver wetgevend, en 2023 tot en met 2025 blijven dicht.
Wat 1 januari 2026 mechanisch verandert
1. Herinvoeging van IT-activiteiten
De hervorming van 2023 wijzigde Art. 17, §1, 5° zodat de overgedragen auteursrechten betrekking moesten hebben op een "beschermd werk in de zin van Boek XI Titel 5 WER". Artikel 100 van diezelfde hervorming plaatste de inkomsten uit computerprogramma's buiten het regime — hoewel Boek XI Titel 6 software expliciet beschermt — en het Grondwettelijk Hof bevestigde die uitsluiting in arrest nr. 52/2024.
De wijziging van 2026 voegt een uitdrukkelijke verwijzing toe naar software (Boek XI Titel 6). Voorwaarden: reële overdracht of licentie van economische rechten; geschreven overdrachtsovereenkomst; oorspronkelijke creatieve bijdrage. Voor een rechthebbende zonder kunstwerkattest moet de overdracht of licentie bovendien aan een derde gebeuren met het oog op mededeling aan het publiek, openbare uitvoering of reproductie.
Of software die een klant enkel intern gebruikt aan die laatste voorwaarde voldoet, is niet uitgemaakt: de Raad van State stelde de vraag tijdens de parlementaire behandeling, en er is nog geen rechtspraak of gepubliceerde rulingpraktijk over de tekst zoals die vanaf 2026 geldt. Het toepassingsgebied is hersteld; of een concreet contract erbinnen valt, blijft een feitenkwestie.
2. De 30/70-regel
Art. 37, tweede lid, eerste streepje WIB 92 herkwalificeert de auteursrechtenvergoeding als beroepsinkomen in de mate dat zij meer bedraagt dan 30% van de totale vergoeding — de auteursrechten samen met de vergoeding voor de geleverde prestaties. Enkel het overschot wordt geherkwalificeerd, niet het geheel. Volgens het derde lid speelt dat plafond alleen wanneer de overdracht of licentie gepaard gaat met een geleverde prestatie; auteursrechten die later worden ontvangen, los van een eerste vergoeding die ook de prestatie dekte, vallen erbuiten. De resterende 70% moet kwalificeren als regulier beroepsinkomen.
De overgangspercentages van art. 551, §1 WIB 92 (50% voor aanslagjaar 2024, 40% voor aanslagjaar 2025) zijn verstreken. Voor inkomstenjaar 2026 geldt 30%, zonder overgangsregeling.
3. Plafond €77.220 voor inkomstenjaar 2026
Het absolute jaarplafond bedraagt €77.220 voor inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027): het basisbedrag van €37.500 uit art. 37 WIB 92, geïndexeerd aan coëfficiënt 2,0592 uit het bericht automatische indexering van de FOD Financiën voor aanslagjaar 2027 (BS 12 augustus 2026). Diezelfde €77.220 vormt de eerste schijf aan het afzonderlijke tarief van 15% en de eerste schijf onderworpen aan 15% roerende voorheffing. Elke euro daarboven wordt automatisch geherkwalificeerd als beroepsinkomen.
Let op het jaartal. €75.360 is het cijfer voor aanslagjaar 2026 — inkomstenjaar 2025, coëfficiënt 2,0096 — en het circuleert nog in commentaren van vóór het bericht van 12 augustus 2026. Te laag geciteerd kost het de klant geld; te hoog geciteerd komt het overschot geherkwalificeerd terug.
Het vierjaarsgemiddelde is een tweede, aparte toets. Het slot van art. 37, tweede lid maakt de kwalificatie als roerend inkomen afhankelijk van het gemiddelde bruto-inkomen uit auteursrechten en naburige rechten van de vier vorige belastbare tijdperken — vóór toepassing van de grenzen van 30% en €37.500, in voorkomend geval met uitsluiting van de periode waarin de activiteit begon — dat hetzelfde geïndexeerde plafond niet mag overschrijden. Wordt dat gemiddelde overschreden, dan behoudt het inkomen zijn roerend karakter helemaal niet: het is voluit beroepsinkomen.
4. Het verval van de kostenaftrek
Dit is de stille verandering.
- Pre-2023: forfaitaire aftrek van 50% op de eerste schijf €17.090, 25% op €17.090–€34.170, 0% daarboven (geïndexeerd). Effectieve heffing: 15% × 50% = 7,5% op de eerste schijf.
- 2026: de schijven bestaan nog en zijn geïndexeerd — 50% tot €20.590, 25% van €20.590 tot €41.180, niets daarboven, dus hoogstens €15.442,50 forfait — maar art. 10 tot 12 van de programmawet van 30 mei 2026 behouden ze voor aan houders van een kunstwerkattest als bedoeld in art. 7 van de wet van 16 december 2022 of van het "plus"-attest uit het KB van 13 maart 2023. Het "starter"-attest is uitdrukkelijk uitgesloten. Zonder attest is de belastbare basis de bruto auteursrechtenvergoeding. De beperking geldt vanaf 1 januari 2026, behalve voor de roerende voorheffing zelf: daar geldt ze pas voor inkomsten betaald of toegekend vanaf 11 juni 2026.
Effectieve heffing voor niet-gecertificeerde belastingplichtigen (i.e., 99% van IT-freelancers): 15% roerende voorheffing + crisisbijdrage + aanvullende gemeentebelasting ≈ 15,5–16% van bruto.
5. Werkelijke kosten als alternatief
Werkelijke kosten verbonden aan de creatie blijven aftrekbaar tegenover de auteursrechteninkomsten. In de praktijk: facturen bijhouden, aparte creatieve-activiteit kostenadministratie, kantoorruimte op m²-basis toewijzen.
6. Sociale zekerheid
Auteursrechtenvergoeding blijft buiten het toepassingsgebied van sociale zekerheidsbijdragen onder de voorwaarden van de RSZ/INASTI-regelgeving 2008/2024. Dit was het grootste economische voordeel en blijft behouden.
7. Contract & facturatie checklist
- Master Services Agreement met IP-clausule.
- Per opdracht een SOW dat het beschermde werk identificeert.
- Factuurlijnsplitsing: "Diensten — €70" en "Cessie van auteursrechten — €30".
- 30%-plafond maandelijks bewaken.
- Bedrijfsvoorheffing 15% op de auteursrechtenlijn; rapportering via fiche 281.45.
- Persoonlijke aangifte: kader VII, gekruist met 281.45.
8. Audit-risicomarkers
- Concentratie op auteursrechten in vroeg jaar.
- 30%-plafond bereikt bij niet-creatieve rol.
- Geen identificeerbaar deliverable als "werk".
- Identieke 30/70-splitsing bij alle opdrachten zonder per-deliverable rationale.
Bronnen
- 01Art. 17, §1, 5° en art. 37 WIB 92
- 02Wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting, art. 74–75 (BS 29.07.2026)
- 03Programmawet van 30 mei 2026, art. 10–12 (BS 01.06.2026)
- 04FOD Financiën — bericht automatische indexering, aanslagjaar 2027 (BS 12.08.2026)
- 05Circulaire 2023/C/52 — FOD Financiën
- 06Grondwettelijk Hof, arrest nr. 52/2024 van 16 mei 2024