Belastingen & btwRegelgeving
Meerwaardebelasting: de keuze, het plafond van 31 augustus en de banken die eerder sloten
De wet van 6 april 2026 geeft de belastingplichtige tot 31 augustus 2026 om aan zijn Belgische schuldenaar van de voorheffing te laten weten hoe de belasting van 10% op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa voor inkomstenjaar 2026 wordt afgehandeld. Een KB van 18 mei 2026 laat elke instelling toe dat venster vroeger te sluiten, en verschillende deden dat al. De Raad van State zegt dat het KB indruist tegen de wet.
Door Artem Kuznetsov, oprichter
- Gepubliceerd
- Geverifieerd
Geschreven op 23 augustus 2026
De deadlines in deze briefing zijn voorbij. Ze legt de regels en data vast zoals ze die dag stonden en is sindsdien niet herzien. Ga de huidige stand na voor u ernaar handelt.
Lees als
Wat telde op 23 augustus 2026
- Nu van kracht
- Belasting van 10% op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa sinds 1 januari 2026; inhouding sinds 1 juni 2026
- Volgende wijziging
- 31 augustus 2026 — wettelijk plafond voor de keuze; 30 november 2026 — uiterste doorstortingsdatum
- Grootste impact
- Wie zwijgt, blijft bij bevrijdende inhouding aan de bron; de opt-out brengt de meerwaarden van 2026 in de aangifte
- Actie vandaag
- Ga per instelling de eigen gepubliceerde uiterste datum na — meerdere sloten voor 31 augustus
Bronnen
U hebt een keuze over hoe uw beleggingswinsten van 2026 belast worden. De wettelijke datum is 31 augustus. Uw bank heeft de deur mogelijk al in mei gesloten, en dat mocht ze.
Sinds 1 januari 2026 belast België gerealiseerde meerwaarden op financiële activa aan 10%. Gerealiseerd betekent verkocht: papieren winst op een positie die u nog aanhoudt, valt er niet onder. Winst die u vóór 2026 opbouwde evenmin — de waarde van uw portefeuille op 31 december 2025 is de startlijn.
Vanaf 1 juni 2026 houden banken en brokers die 10% zelf in. Daar komt de keuze in beeld.
De keuze in één alinea
Ofwel neemt uw bank de belasting aan de bron af en is de zaak afgehandeld — over die meerwaarden komt niets in uw aangifte — ofwel zegt u de bank dat niet te doen en komen de meerwaarden in uw aangifte, waar u de berekening zelf maakt en aangeeft.
Niets doen is ook een beslissing: dan blijft u op de eerste route, met inhouding door de bank. Om op de tweede te belanden, moet u dat zeggen, en tijdig zeggen.
Twee dingen aan die keuze verrassen mensen:
- Ze geldt voor heel 2026, niet alleen voor de maanden na uw mededeling. En ze blijft gelden voor de jaren daarna, tot u ze wijzigt.
- Te laat meedelen herstelt 2026 niet. Een late instructie werkt pas vanaf het volgende inkomstenjaar. Een inhaalbeweging bestaat niet.
De datum in het nieuws is waarschijnlijk niet uw datum
De wet zegt dat de keuze uw bank ten laatste op 31 augustus 2026 moet bereiken. Een koninklijk besluit van mei liet vervolgens elke instelling toe haar eigen, vroegere uiterste datum te bepalen, en verschillende deden dat — sommige al in het voorjaar, meerdere in juni. Wie deze week binnenstapt met 31 augustus in het hoofd, kan te horen krijgen dat het venster maanden geleden dichtging.
De Raad van State heeft gezegd dat het besluit dat niet had mogen kunnen, en dat u uw keuze tot en met 31 augustus moet kunnen meedelen. Dat standpunt heeft het besluit niet gewijzigd. Het betekent dat de situatie echt betwist is, niet dat uw bank het aan het loket met u eens zal zijn.
In de praktijk:
- Zoek eerst de gepubliceerde uiterste datum van uw eigen instelling op. Dat is de datum die bepaalt wat er deze week gebeurt.
- Bent u die voorbij maar nog vóór 31 augustus, stuur de instructie dan alsnog schriftelijk en gedateerd, via een kanaal dat een spoor nalaat. Als hierover ooit gediscussieerd wordt, is tijdig gevraagd en geweigerd geworden een heel andere positie dan nooit gevraagd hebben.
- Wacht deze week niet op een telefoongesprek om het op te lossen. Schriftelijk vragen, antwoord bewaren.
Als uw broker niet Belgisch is
Dan geldt deze deadline niet voor u, want er is geen Belgische instelling om te instrueren. Niemand houdt iets in voor uw rekening, en de meerwaarden gaan hoe dan ook naar uw aangifte.
Dat is minder druk deze week en meer werk later. U hebt hetzelfde basismateriaal nodig: wat u in 2026 verkocht, tegen welke prijs, en wat die posities waard waren op 31 december 2025. Vraag uw boekhouder in welk formaat hij dat wil, en lever het vóór het jaareinde in plaats van in het voorjaar.
Het punt dat mensen verrast
Werd er tussen 1 juni en 31 augustus 2026 een verzekeringsproduct aan u uitbetaald, dan is de standaard omgekeerd. Voor die uitbetalingen wordt u geacht voor de aangifteroute gekozen te hebben, tenzij u uitdrukkelijk om inhouding vroeg. Een zomeruitbetaling waar u sindsdien niet meer aan gedacht hebt, kan u dus met iets achterlaten dat aangegeven moet worden.
Herkent u dat, zeg het dan deze week tegen uw boekhouder en niet in april. Het is geen grote klus; het wordt alleen een grote klus wanneer het laat ontdekt wordt.
Het document dat vandaag de moeite is
De waarde van elke positie die u op 31 december 2025 aanhield. Dat cijfer is het vertrekpunt waartegen uw meerwaarde gemeten wordt, en het beschermt alles wat u vóór 2026 opbouwde. Vraag elke bank en broker om een schriftelijk waarderingsattest op die datum, per positie, en bewaar het ergens waar u het over drie jaar terugvindt.
Mensen vragen dat document meestal op het moment dat de fiscus een vraag stelt over de aangifte — precies het moment waarop het het moeilijkst te bekomen is en het minst overtuigt wanneer het achteraf gereconstrueerd wordt. Nu kost het een e-mail.
Wat u aan uw boekhouder moet vragen
Vier vragen, alle vier te beantwoorden in één zitting:
- Wat heb ik in 2026 tot nu toe werkelijk gerealiseerd, per rekening, en hoeveel daarvan valt vóór 1 juni?
- Wat was de eigen uiterste datum van mijn instelling, en heb ik die al gemist?
- Is er in mijn situatie een reden om de aangifteroute te verkiezen boven afhandeling door de bank — of is afgewerkt aan de bron het betere resultaat?
- Zitten de waarderingen per 31 december 2025 in het dossier, of moet ik ze nog opvragen?
Alleen in de derde vraag zit oordeel. De bank laten inhouden is de route met de minste inspanning: ze is bevrijdend, en over die meerwaarden komt niets in uw aangifte. De meerwaarden in uw aangifte zetten betekent dat u de berekening zelf in handen houdt, wat telt wanneer uw positie over het jaar heen complexer is dan één rekening bij één instelling — want een bank ziet alleen de posities die zij voor u aanhoudt. Wat beter is, is een vraag over uw dossier en geen algemene regel, en het is het enige punt hier dat tien minuten professioneel advies waard is.
Als u helemaal niets doet
Bij een Belgische rekening handelt de bank het af aan 10%, is die afhandeling bevrijdend en zit 2026 dicht op de eerste route. Voor wie één rekening en een rechttoe rechtaan jaar heeft, is dat geen slecht resultaat — het is alleen een resultaat dat u koos door niet te kiezen.
Waar niets doen u wél geld kost, zijn de twee randen: een verzekeringsuitbetaling van deze zomer die u stilzwijgend op de aangifteroute zette, en een buitenlandse broker waar helemaal niemand iets inhoudt. Beide worden een aangifte, en een aangifte is in september veel goedkoper voor te bereiden dan een jaar later recht te zetten.
Nog dit over het tweede regime
Er bestaat een aparte regeling voor wie rechtstreeks 20% of meer van een vennootschap aanhoudt, met een eigen drempel en een eigen tariefband. Die heeft een langere aanloop — het waarderingsvenster loopt tot eind 2027 — en is een ander gesprek. Is het op u van toepassing, plan er dan in het najaar een aparte afspraak voor. Laat het deze week niet verdringen, want deze week gaat over een veel eenvoudigere vraag: wat is uw bank verteld, en wanneer stopte ze met luisteren.
De wet geeft uw cliënt tot 31 augustus 2026 om zijn keuze mee te delen. De instelling doet dat mogelijk niet. Beide zijn tegelijk waar, en het verschil ertussen is het werk van deze week.
De belasting op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa trad in werking op 1 januari 2026 (wet van 6 april 2026, Belgisch Staatsblad 21 april 2026, numac 2026002780). Financiële instellingen begonnen in te houden op 1 juni 2026. Tussen die twee data zit een overgangsregeling die de meeste zaakvoerders met een persoonlijke effectenrekening niet gelezen hebben, en die u nu per dossier in ongeveer een week moet afwerken.
Wat de keuze eigenlijk beslist
Art. 265/1 WIB 92 laat de belastingplichtige toe de heffing op twee manieren af te handelen.
- Inhouding behouden. De instelling houdt in aan de bron. Die inhouding is bevrijdend: de schuld is voldaan en de meerwaarden hoeven niet in de aangifte personenbelasting te worden opgenomen.
- De opt-out. De instelling houdt niet in. De gerealiseerde meerwaarden gaan naar de aangifte personenbelasting, waar de belastingplichtige zelf berekent en aangeeft.
Drie eigenschappen van die keuze worden stelselmatig verkeerd gelezen, en elk ervan verandert een dossier:
- Het is geen keuze voor juni tot augustus. De keuze die ten laatste op 31 augustus 2026 wordt meegedeeld, geldt voor inkomstenjaar 2026 in zijn geheel, niet alleen voor de meerwaarden die toevallig in dat venster gerealiseerd werden.
- Ze loopt door tot herroeping. Dit is geen jaarlijkse keuze die vervalt. Wat bij de instelling in het dossier zit, blijft gelden voor de volgende inkomstenjaren tot de cliënt ze wijzigt.
- Te laat is niet te laat voor 2026 — het is vroeg voor 2027. Art. 34 is uitdrukkelijk: een later meegedeelde keuze heeft pas uitwerking vanaf het volgende belastbare tijdperk. Een late opt-out heropent inkomstenjaar 2026 niet.
Twee deadlines, en voor de meeste cliënten is er al een verstreken
| Instrument | Wat het vastlegt | Datum |
|---|---|---|
| Wet 6 april 2026, art. 34 | Uiterste datum waarop de keuze de schuldenaar van de voorheffing bereikt | 31 augustus 2026 |
| KB 18 mei 2026, art. 85/1 KB/WIB 92 | Laat de instelling een eigen, vroegere uiterste datum bepalen | De datum die zij bepaalt, ten laatste 31 augustus 2026 |
| Wet 6 april 2026, art. 34 | Roerende voorheffing op inkomsten betaald 1 juni - 31 augustus 2026 | Ten laatste 30 november 2026 |
| Wet 6 april 2026, art. 35 | Doorstorting van het equivalente bedrag voor meerwaarden 1 januari - 31 mei 2026 | Ten laatste 30 november 2026 |
Gerapporteerde uiterste data per instelling, alle vóór 31 augustus:
| Instelling | Gerapporteerde uiterste datum |
|---|---|
| Deutsche Bank | 30 april 2026 |
| Bolero | 29 mei 2026 |
| Saxo | Eind mei tot 30 juni 2026 |
| Belfius | 12 juni 2026 |
| Argenta | 22 juni 2026 |
Behandel die tabel als een geheugensteun, niet als gezag. De enige datum die aan het loket bindt, is die welke de instelling zelf publiceerde, en het loont de bekendmaking zelf te lezen in plaats van een samenvatting ervan — sommige huizen maken onderscheid naar rekeningtype, tussen execution only en discretionair beheer, en tussen een instructie in de app en een op papier.
De Raad van State zegt dat het KB dat niet kan
De Raad van State nam in zijn advies bij het KB van 18 mei 2026 het standpunt in dat art. 85/1 indruist tegen de machtigende wet: de belastingplichtige moet zijn keuze tot en met 31 augustus 2026 kunnen meedelen, en een KB kan een termijn die de wet toekent niet inkorten. Dat advies heeft het KB niet tegengehouden.
De eerlijke beschrijving voor een cliënt die de uiterste datum van zijn bank voorbij is maar binnen de wettelijke termijn zit, luidt dus: u hebt een argument, geen recht dat iemand voor u kan afdwingen vóór 31 augustus. Beloof nooit dat een bepaalde instelling een late instructie zal aanvaarden. Wat u wel kunt doen, is het argument op papier laten bestaan:
- Verstuur de instructie schriftelijk en gedateerd, via een kanaal dat een spoor nalaat — beveiligd bericht in de bankomgeving, of aangetekend voor de grotere posities.
- Bewaar de eventuele weigering, in de bewoordingen die de instelling gebruikte.
- Noteer in het cliëntdossier op welke route de cliënt op 31 augustus 2026 feitelijk zit, en op basis van welk bewijs.
Als er over het conflict ooit geprocedeerd wordt, staat de cliënt die tijdig schreef en geweigerd werd anders dan de cliënt die niets schreef.
Meerwaarden gerealiseerd tussen 1 januari en 31 mei 2026
Voor dat eerste stuk van het jaar bestond er nog geen inhoudingsmechanisme. Art. 35 voorziet in een herstel: de schuldenaar van de voorheffing mag, op schriftelijk verzoek van alle rekeninghouders, een bedrag equivalent aan de roerende voorheffing op die meerwaarden doorstorten. De doorstorting is verschuldigd ten laatste op 30 november 2026, en het doorgestorte bedrag wordt beschouwd als werkelijk ingehouden belasting voor de toepassing van de artikelen 307 en 313 WIB 92 — en dat is precies wat de aangifteverplichting wegneemt.
Twee woorden doen daar het werk. Mag: de instelling is gemachtigd, niet verplicht, dus een verzoek kan gewoon geweigerd worden. Alle rekeninghouders: een gemeenschappelijke rekening, een opsplitsing tussen echtgenoten, een vruchtgebruikconstructie of een onverdeeldheid vereist de handtekening van elke houder. De wet koppelt het verzoek aan alle houders en zegt niet wat er met een onvolledig verzoek gebeurt, dus ga er niet van uit dat een gedeeltelijke set gedeeltelijk werkt. Controleer de houderstructuur vóór u opstelt, niet erna.
Wordt de faciliteit niet gebruikt of niet toegestaan, dan horen de meerwaarden van 1 januari tot 31 mei in de aangifte, ongeacht wat voor de rest van het jaar gekozen werd.
De verzekeringsproducten waar de standaard omgekeerd is
Art. 34 keert ook de standaard om voor producten bedoeld in art. 92, par. 1, b) WIB 92 die tussen 1 juni en 31 augustus 2026 werden uitbetaald: de belastingplichtige wordt geacht te hebben geopteerd voor de opt-out, tenzij hij uitdrukkelijk om inhouding verzocht.
Dit is het punt dat het vaakst gemist wordt, omdat het uit stilzwijgen een verplichting laat ontstaan. Een cliënt die deze zomer zo'n uitbetaling ontving en niets deed, heeft een aangifte te doen. Haal de uitbetalingsdata voor het venster op en controleer ze stuk voor stuk; leid de behandeling niet af uit wat de cliënt op zijn effectenrekening koos, want die keuze geldt hier niet.
Cliënten zonder Belgische schuldenaar van de voorheffing
De opt-out bestaat enkel waar er een Belgische schuldenaar van de voorheffing is om ze aan mee te delen. Een cliënt die via een buitenlandse broker handelt, heeft niets mee te delen, geen uiterste datum na te gaan en hoe dan ook een aangifte te doen. Zonder die dossiers eerst af — de deadlinedruk geldt niet voor hen, het inhoudelijke werk wel, en dat is groter.
De waardering per 31 december 2025 is de basis
De aanschaffingswaarde voor meerwaarden gerealiseerd vanaf 2026 is de waardering per 31 december 2025 — het fotomoment. Meerwaarden opgebouwd vóór 2026 vallen buiten de heffing. Dat is het waardevolste document in het dossier en meteen het document dat cliënten het vaakst niet hebben.
Vraag het nu op, per positie, schriftelijk, bij elke instelling waar de cliënt een rekening aanhoudt. Het wordt niet makkelijker te bekomen jaren later, wanneer er een vraag over de aangifte komt, en een achteraf uit publieke koersen gereconstrueerde waardering is een zwakker stuk dan een uittreksel dat de bank zelf afleverde.
Aanmerkelijk belang, en waarom dat niet deze week is
De uitzondering voor een rechtstreekse deelneming van 20% of meer werkt anders: een eerste schijf van 1 miljoen euro vrij per periode van vijf jaar, daarna een band die loopt van 1,25% tot 10%. Het waarderingsvenster loopt tot 31 december 2027, dus dat dossier heeft anderhalf jaar. Het concurreert niet met het werk van 31 augustus, en beide in hetzelfde cliëntgesprek mengen is precies hoe de portefeuilledeadline gemist wordt.
De werkopdracht
- Lijst de cliënten met een persoonlijke effectenrekening. Zaakvoerdersdossiers eerst — dat zijn de dossiers waar een portefeuille naast een vennootschap staat die uw aandacht al opeist.
- Haal de lijst van gerealiseerde meerwaarden 2026 op per cliënt, per instelling, gesplitst op 1 juni.
- Vraag de waarderingen per 31 december 2025 op, per positie, schriftelijk.
- Zoek per instelling de eigen gepubliceerde uiterste datum op en noteer ze in het dossier met de datum waarop u ze nakeek.
- Bevestig schriftelijk met elke cliënt op welke route hij zit, en laat de instructie vertrekken via een kanaal dat een spoor nalaat.
- Controleer het venster 1 juni - 31 augustus op uitbetalingen bedoeld in art. 92, par. 1, b), waar stilzwijgen opt-out betekent.
- Zonder de cliënten met een buitenlandse broker af — niets mee te delen, wel een aangifte voor te bereiden.
Alles wat vóór 31 augustus nog beïnvloed kan worden, zit in stap 4 en 5. De rest is voorbereiding op een aangifte die er hoe dan ook komt.
Deadlinewerk gaat sneller als de onderliggende administratie al bij is.
Bekijk hoe het werkt