Belastingen & btwRegelgeving
Ondernemersaftrek 2027: 10% van de winst, tot ongeveer € 650
Vanaf de inkomsten van 2027 trekken zelfstandigen 10% van hun winst af van het belastbaar inkomen, tot ongeveer € 650, vanaf inkomsten 2029 ongeveer € 900.
Door Artem Kuznetsov, oprichter
- Gepubliceerd
- Geverifieerd
Lees als
Wat nu telt
- Nu van kracht
- Nog niets voor de inkomsten van 2026. De aftrek geldt vanaf de inkomsten van 2027 (aanslagjaar 2028): 10% van winst en baten, tot ongeveer € 650 na indexering.
- Volgende wijziging
- Vanaf de inkomsten van 2029 (aanslagjaar 2030) stijgt het basismaximum van € 311 naar € 415, ongeveer € 900 na indexering.
- Grootste impact
- Het maximum wordt bereikt bij ongeveer € 6.500 winst. Een aftrek van € 650 bespaart ongeveer € 260 aan een marginaal tarief van 40%, € 325 aan 50%.
- Actie vandaag
- Niets aan te geven. Neem de aftrek op in uw raming van de belasting over 2027, en controleer het exacte maximum zodra de FOD Financiën de geïndexeerde bedragen publiceert.
Bronnen
- 01Wet van 15 juli 2026 houdende hervorming van de personenbelasting, BS 29.07.2026, numac 2026005724, titel 11, art. 57 tot 62
- 02Kamer van volksvertegenwoordigers, wetsontwerp DOC 56 1243/001: memorie van toelichting en impactanalyse (ramingen van de geïndexeerde maxima)
- 03Art. 23, 78 tot 81, 129/1 en 198quater WIB 92
Vanaf de inkomsten van 2027 krijgen zelfstandigen en vrije beroepen een nieuwe ondernemersaftrek: 10% van hun winst gaat af van hun belastbaar inkomen, tot een maximum van ongeveer € 650. Op € 40.000 winst is dat € 650 minder belastbaar inkomen, goed voor ruwweg € 260 tot € 325 minder belasting, afhankelijk van uw schijf. Voor de inkomsten van 2026 verandert er niets.
De aftrek komt uit de wet van 15 juli 2026 houdende hervorming van de personenbelasting. Hij geldt vanaf aanslagjaar 2028, dus voor de winst die u in 2027 maakt. Vanaf de inkomsten van 2029 stijgt het maximum naar ongeveer € 900.
Wie krijgt de ondernemersaftrek?
Iedereen die in de personenbelasting belast wordt op winst of baten: zelfstandigen met een eenmanszaak, en vrije beroepen zoals artsen, architecten, consultants of vertalers die in eigen naam werken. Of het uw hoofdberoep is of een bijberoep naast een loon, maakt niet uit.
Niet inbegrepen:
- Bedrijfsleiders, op de bezoldiging die ze uit hun vennootschap halen. Die bezoldiging is geen winst of baten, en vennootschappen zelf zijn ook uitgesloten.
- Meewerkende echtgenoten, op het meewerkinkomen dat hun partner hen toekent. Heeft een meewerkende echtgenoot ook eigen winst of baten, dan geldt de aftrek daarop.
- Helpers die een zelfstandige bijstaan of vervangen zonder arbeidsovereenkomst.
- Presentiegelden, vergoedingen die gederfde winst vervangen, en inkomsten die afzonderlijk aan een eigen tarief worden belast.
Hoe wordt de aftrek berekend?
10% van uw nettowinst: wat overblijft na uw beroepskosten, uw sociale bijdragen inbegrepen, en na eventuele overgedragen beroepsverliezen. Het maximum geldt per persoon, per jaar.
| Inkomstenjaar | Maximum in de wet (basisbedrag) | Maximum na indexering |
|---|---|---|
| 2027 (aanslagjaar 2028) | € 311 | ongeveer € 650 |
| 2028 (aanslagjaar 2029) | € 311 | geïndexeerd, nog niet geraamd |
| 2029 en later (aanslagjaar 2030) | € 415 | ongeveer € 900 |
De wet legt basisbedragen vast die elk jaar worden geïndexeerd. De bedragen van ongeveer € 650 en ongeveer € 900 zijn de eigen ramingen van de regering in de impactanalyse bij het wetsontwerp. Het exacte maximum volgt wanneer de FOD Financiën de geïndexeerde bedragen voor dat jaar bekendmaakt.
Bij een maximum van ongeveer € 650 bereikt u het bij € 6.500 winst. Vanaf de inkomsten van 2029 bij ongeveer € 9.000.
Dient u een gemeenschappelijke aangifte in met een partner, dan krijgt elk van u een eigen aftrek op de eigen winst.
Hoeveel belasting scheelt het?
De aftrek verlaagt uw belastbaar inkomen en bespaart dus belasting aan uw hoogste tarief, het marginale tarief.
Voorbeeld 1. Een zelfstandige in hoofdberoep maakt in 2027 € 40.000 nettowinst. 10% is € 4.000, dus het maximum houdt de aftrek op ongeveer € 650. De belastbare winst wordt € 39.350.
Voorbeeld 2. Iemand met een bijberoep naast een loon maakt in 2027 € 5.000 winst. 10% is € 500, onder het maximum, dus de volle € 500 gaat eraf.
| Uw marginaal tarief | € 500 aftrek | € 650 aftrek |
|---|---|---|
| 25% | € 125 | € 162,50 |
| 40% | € 200 | € 260 |
| 45% | € 225 | € 292,50 |
| 50% | € 250 | € 325 |
Dit zijn ramingen, geen aanslag. Welk tarief geldt, hangt af van uw totale belastbare inkomen, en ook de schijven voor 2027 worden geïndexeerd. De aanvullende gemeentebelasting komt er nog bovenop, dus de werkelijke besparing ligt iets hoger. Blijft uw totale inkomen onder de belastingvrije som, dan is er geen belasting die de aftrek kan verlagen.
Moet ik de aftrek aanvragen?
De wet vraagt geen aanvraag. Hij bouwt de aftrek in de berekening van uw nettowinst in, dus hij volgt uit de winst die u aangeeft. De aangifte voor de inkomsten van 2027 dient u in 2028 in, en of dat formulier er een eigen vak voor krijgt, is nog niet bekend.
Wat doet u nu?
- Niets voor uw aangifte of uw belasting over 2026. De aftrek begint bij de inkomsten van 2027.
- Wanneer u uw belasting over 2027 raamt, bijvoorbeeld om over voorafbetalingen te beslissen, trek dan tot ongeveer € 650 af van uw belastbare winst.
- Overweegt u een vennootschap in plaats van een eenmanszaak, reken de aftrek dan mee aan de kant van de eenmanszaak. Een bezoldiging als bedrijfsleider krijgt hem niet, en de minimale bezoldiging van de bedrijfsleider komt uit dezelfde wet.
Titel 11 van de wet van 15 juli 2026 (art. 57 tot 62) herstelt art. 81 WIB 92 als ondernemersaftrek: 10% van de winst en baten (art. 23, § 1, 1° en 2°) na aftrek van beroepsverliezen, begrensd op een basisbedrag van € 311 vanaf aanslagjaar 2028 en € 415 vanaf aanslagjaar 2030. De regering raamt de geïndexeerde maxima op ongeveer € 650 voor de inkomsten van 2027 en ongeveer € 900 voor de inkomsten van 2029.
Welke artikelen, en vanaf wanneer?
De wet van 15 juli 2026 houdende hervorming van de personenbelasting, Belgisch Staatsblad van 29 juli 2026, numac 2026005724, titel 11:
- Art. 57 herstelt art. 23, § 2, 4° WIB 92: de overeenkomstig 1° tot 3° bepaalde winst en baten worden verminderd met de ondernemersaftrek van art. 81.
- Art. 58 en 59 herstellen onderdeel D, "Ondernemersaftrek", en art. 81 zelf.
- Art. 60 vervangt € 311 door € 415 in art. 81, vierde lid.
- Art. 61 herstelt art. 198quater: de aftrek geldt niet in de vennootschapsbelasting.
- Art. 62: art. 57 tot 59 en 61 treden in werking op 31 december 2026 en zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2028. Art. 60 treedt in werking op 31 december 2028 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2030.
Art. 103, 3° voegt art. 81, vierde lid, toe aan art. 129/1, zodat het maximum wordt geprorateerd wanneer het belastbaar tijdperk om een andere reden dan overlijden geen volledig kalenderjaar is (vanaf aanslagjaar 2028, art. 105).
Aanslagjaar 2027 (inkomsten 2026) valt erbuiten. Sommige secundaire bronnen noemen een ander startjaar; de tekst van art. 62 laat geen twijfel.
Wat is de grondslag?
Art. 81, tweede lid: 10% van de winst en baten na aftrek van beroepsverliezen volgens art. 78 tot 80. De memorie van toelichting spreekt van winst en baten na aanrekening van beroepskosten en verliezen, dus de grondslag ligt na de sociale bijdragen (art. 52, 7°).
Uitgesloten van de grondslag:
- vergoedingen tot herstel van een tijdelijke derving van winst of baten;
- presentiegelden;
- de vergoedingen van art. 27, tweede lid, 5° en 6°;
- winst of baten van wie een zelfstandige bijstaat of vervangt zonder arbeidsovereenkomst (helpers volgens art. 6 KB nr. 38);
- in hoofde van de meewerkende echtgenoot, het meewerkinkomen van art. 86;
- inkomsten die afzonderlijk worden belast volgens art. 171.
Het meewerkinkomen dat op grond van art. 86 wordt toegekend, gaat volgens de memorie af van de grondslag van de toekenner vóór de aanrekening van diens eigen verliezen. Een meewerkende echtgenoot met eigen winst of baten heeft daarop recht.
Bij een gemeenschappelijke aanslag wordt de aftrek per belastingplichtige berekend, vóór toepassing van art. 87 tot 89 en 129. Elke partner heeft een eigen maximum. Via art. 235, 1° geldt de aftrek ook in de belasting van niet-inwoners.
Bedrijfsleiders vallen erbuiten: hun bezoldiging valt onder art. 23, § 1, 3° en 4°, niet onder 1° en 2°.
Wat is het maximum?
| Aanslagjaar | Inkomstenjaar | Basisbedrag (art. 81, vierde lid) | Geïndexeerd |
|---|---|---|---|
| 2028 | 2027 | € 311 | ongeveer € 650 (impactanalyse) |
| 2029 | 2028 | € 311 | niet geraamd |
| 2030 en later | 2029 en later | € 415 | ongeveer € 900 (impactanalyse) |
Ter vergelijking: de memorie geeft € 620 als geïndexeerd bedrag van € 311 voor aanslagjaar 2026. Het maximum wordt bereikt bij een grondslag van ongeveer € 6.500 voor de inkomsten van 2027 en ongeveer € 9.000 voor de inkomsten van 2029. Gebruik € 650 en € 900 enkel als planningscijfers tot de FOD Financiën de geïndexeerde bedragen publiceert.
Rekenvoorbeelden
| Cliënt | Nettowinst 2027 | 10% | Aftrek | Aan 40% | Aan 50% |
|---|---|---|---|---|---|
| Hoofdberoep | € 40.000 | € 4.000 | ongeveer € 650 (maximum) | € 260 | € 325 |
| Bijberoep naast een loon | € 5.000 | € 500 | € 500 | € 200 | € 250 |
Belastingeffect vóór aanvullende gemeentebelasting, aan het marginale tarief van de cliënt. Geen effect wanneer het totale belastbare inkomen onder de belastingvrije som blijft.
Wat ligt nog open?
- Het aangifteformulier voor aanslagjaar 2028 is nog niet gepubliceerd. De wet vereist geen aanvraag; de aftrek maakt deel uit van de bepaling van de nettowinst volgens art. 23, § 2.
- De wet wijzigt de regels voor de sociale bijdragen niet. Of de aftrek doorwerkt in het inkomen waarop de sociale bijdragen worden berekend, regelt de wet niet, en we hebben daarover geen standpunt gevonden.
- De wet wijzigt het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten (art. 289ter WIB 92) niet. Of de lagere nettowinst doorwerkt in de berekening van dat krediet, regelt de wet niet.
Voor het dossier
- Geen effect op de aangiften van aanslagjaar 2027.
- Neem de aftrek op in ramingen van de belasting over 2027, ook voor voorafbetalingen, aan het planningscijfer van ongeveer € 650.
- Reken hem bij advies over een vennootschap enkel aan de kant van de eenmanszaak. Bij een cliënt met zowel een zelfstandige activiteit als een bedrijfsleidersmandaat geldt hij alleen voor de winst of baten. De minimale bezoldiging van de bedrijfsleider komt uit dezelfde wet.